Diagnose

Hoe kan men de aandoening vaststellen?

Als patiënt kan men een vermoeden hebben van het bestaan van narcolepsie, wanneer naast onbedwingbare slaapaanvallen die dagelijks aanwezig zijn, ook aanvallen van kataplexie optreden of als kataplexie aanvallen gepaard gaan met slaapgebonden hallucinaties en verlammingen.Tevens is het van belang dat de slaperigheid elke dag aanwezig is van 's ochtends tot 's avonds en dat na het doen van een dutje tijdelijk het optreden van slaapaanvallen voorkomen kan worden. Voorts kan men het bestaan van narcolepsie vermoeden als ook andere familieleden gelijkaardige klachten vertonen. Wanneer u, vanwege het vermoeden van narcolepsie, naar een arts gaat met de vraag het bestaan ervan te bevestigen of juist te ontkennen dan kunt u de volgende onderzoeken verwachten.

Het invullen van vragenlijsten / het bijhouden van dagboeken

De vragenlijsten zijn bedoeld om na te gaan of u zich wel bewust bent van alle klachten die passen bij narcolepsie en tevens om het bestaan van andere aandoeningen die aanleiding geven tot slaperigheid overdag op het spoor te komen. Bovendien kan u gevraagd worden een lijst in te vullen waardoor men de ernst van slaperigheid overdag en het gevolg ervan op u dagelijkse activiteiten kunt meten. Waarschijnlijk zal u ook gevraagd worden gedurende een paar weken een dagboek bij te houden waarbij u invult wanneer u 's avonds naar bed gaat, 's ochtends opstaat, aangeeft hoe dikwijls en op welke tijdstippen u wakker werd, etc. U moet noteren wanneer u overdag, gewild of ongewild, geslapen hebt, wat u toen aan het doen was, hoelang u geslapen heeft, of u tijdens deze dagslaapjes gedroomd hebt en of u zich nadien tijdelijk fitter voelde.

Aanvullend bloedonderzoek

Het aanvullend bloedonderzoek dient ertoe om na te gaan of u een bepaalde immunologische reactie vertoont. Een dergelijk onderzoek is bij hoogstens één op de vijf patiënten noodzakelijk.

Het meten van hersenactiviteit

Het belangrijkste aanvullend onderzoek is het meten van de hersenactiviteit met behulp van registratieapparatuur. Dit staat vooral bekend als electro-encephalografie (EEG) of het vastleggen van de elektrische potentialen van de hersenen. Door dit continue uit te voeren gedurende een hele nacht kan men nagaan of de diepte en het verloop van uw slaap past bij narcolepsie. Bovendien kan deze gebruikt worden om na te gaan of men overdag voldoende wakker kan blijven of dat er ongewild kortere slaapperioden optreden waarvan men zich niet steeds bewust is. Veel toegepast is tevens het meten van de slaapdruk overdag. Bij dit onderzoek wordt aan de patiënt gevraagd iedere twee uur gedurende 20 minuten op een bed te gaan liggen en te slapen. (MSLT) Om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen moet er tijdens de dag van het onderzoek minstens vier maar 't liefst vijf metingen verricht worden. De meeste narcolepsie patiënten vallen bijna telkens binnen de 5 a 10 minuten in slaap en in ca. de helft van de gevallen bestaan deze extra slaapjes uit de droomslaap.