Europees Narcolepsie Congres Montpellier 2018

Foto: M. Krot
Europese narcolepsie verenigingen

Europees Narcolepsie Congres Montpellier 2018.

Het 9e Europese narcolepsie congres vond plaats in Montpellier, Frankrijk op 5 en 6 mei. Vele Europese patiënten, onderzoekers en artsen waren aanwezig. Hier een inhoudelijk verslag van de anderhalve dag presentaties.

Naast de presentaties was het weer fijn om ervaringen met patiënten te delen, het is inmiddels een behoorlijke groep die jaarlijks aanwezig is zoals je kunt zien op de foto.

Thema 1: recente kennis uit de basis wetenschap

Zaterdag start de dag met C. Bassetti die een overzicht geeft van een aantal wetenschappelijke ontdekkingen betreffende Narcolepsie. De grootsten daarin zijn de ontdekking van hypocretine in 1998, de veronderstelling dat hypocretine neuronen zijn verdwenen in 2000 en de relatie die gelegd is met het immuunsysteem. Onderzoeken deze relatie bevestigen zijn de HLA typering, de post-vaccin gevallen en de paraneoplastische (hormonaal syndroom) vormen. Onderzoeken die deze relatie tegenspreken zijn de niet-overdragelijkheid en de lage ontstekingsreacties. Nieuwe onderzoeken die een relatie met het immuunsysteem bevestigen zijn de relatie met andere auto-immuunziekten en specifieke T-cellen die zijn gevonden.

  1. Kornum heeft de effecten van modiodal op het immuunsysteem onderzocht in dieren. Modiodal blijkt een anti-ontstekende werking te hebben. De muizen laten een sterkere respons zien van het immuun systeem.

M.Schmidt onderzoekt de rol van hypocretine in verschillende delen van de hersenen. De hypothalamus speelt een rol in zaken als slaap-waak, eetgedrag, energielevel en temperatuurregulatie. Onderzoek is gedaan naar de relatie tussen hypocretine en interne temperatuur. Invloed op slaap van temperatuur is nog niet helder, wel de beïnvloeding van kataplexie.

Thema 2: Is narcolepsie een ziekte van de hypothalamus?

  1. Tafti belicht verschillende bio-markers in de diagnose narcolepsie. De biomarkers die er nu zijn zijn: Hypocretine, HLA typering en bepaalde antilichamen. Hypocretine kan alleen gemeten worden in het centraal zenuwstelsel. Het is de beste biomarker maar ook niet 100% waterdicht. HLA typering is vooral voor type 1 narcolepsie (met kataplexie) een goede biomarker. 98,3% van type 1 narcolepsie hebben HLA type DBQ06 02. Omdat mensen met dit allel in 99% van de gevallen een compenserend, dominant allel hebben zijn ze beschermd tegen narcolepsie.

P.Jennum heeft gekeken naar goede meetinstrumenten voor narcolepsie. De MSLT test blijkt een goede test te zijn voor type 1 narcolepsie. Er is verder ontwikkeling om met behulp van MRI scans en kleuren weergave specifieke verschillen bij narcolepsie in werking van de hersenen aan te kunnen geven.

  1. Fronczek benadrukt het belang van hersenonderzoek post mortum. De Nederlandse Hersenbank zoekt donoren van zowel gezonde mensen al mensen met een hersenaandoening. Meer hierover over op de NVN ledendag van 6 oktober! Er is bijvoorbeeld gevonden dat er in een brein van iemand met narcolepsie nog wel hypocretine cellen over zijn. Interessante vraag is waarom die cellen er nog wel zijn. Omdat er nog veel onderzoek nodig is wordt een Europese samenwerking gezocht.
Faculté de Médecine. foto: F. Ascencion
Faculté de Médecine

Thema 3: Grensgebieden van narcolepsie

De huidige diagnose vindt plaats volgens ICSD3, een systeem waarin diagnostische criteria voor narcolepsie zijn opgenomen. ICSD-3 van 2014 bevat nu 67 sleep disorders is de huidige sleutel van diagnoses. DSMIV is andere classificatie. Hetzelfde slaap/waak symptoom kan veel verschillende oorzaken hebben. In de laatste ICSD worden narcolepsie 1 en 2 onderscheiden.

Hoe wordt de classificatie gemaakt:

  • Gebaseerd op pathologie
  • Resultaten van biomarkers en testen
  • Bij genoeg informatie dan heb je een expert opinion

De bruikbaarheid van dit diagnose instrument geeft ook onder wetenschappers verschillende invalshoeken.

  1. Santamaria is een voorstander van de huidige criteria om de volgende redenen:
  • Als patiënt wil je vooral een goede behandeling
  • Professors willen de indeling
  • Dit systeem van huidige kennis samen
  • Het is een overeenkomst tussen artsen
  • Het leidt tot grotere herkenning van slaapstoornissen
  • Het geeft meer zichtbaarheid in de samenleving
  • Patiënten kunnen er een naam aan geven aan hun aandoening, dat is belangrijk voor acceptatie
  • Slaperigheid kan heel veel problemen vanuit verschillende factoren hebben.
  • Classificatiesystemen zijn altijd in ontwikkeling door ontwikkelende kennis.
  • Classificatie is iets anders dan een diagnose boom. Die moet gebaseerd zijn op symptomen en op resultaten van onderzoek. Daarna komt classificatie pas.

 

GJ.Lammers geeft argumenten tegen het ICSD3 model:

  • De mening van de belangrijkste artsen of onderzoekers voert de boventoon- ego’s moeten niet te groot zijn. Het moet gaan over wetenschappelijk bewijs
  • Consensus is een betere term dan classificatie, een die voor iedereen acceptabel is
  • Structuur van de ICSD is niet gebaseerd op klachten van de patiënten. Dus je kunt als arts daar niet starten.
  • Er zijn geen niveaus van zekerheid. Het is niet altijd zo zwart-wit.
  • Er zijn geen meetgegevens voor de ernst.
  • Daarnaast worden er termen door elkaar gebruikt, zoals hypersomnia en exessive daytime sleepiness worden door elkaar gebruikt.
  • Voor N1 is er een pathofysiologie maar voor alle andere niet
  • Geen criteria voor “onvoldoende slaap syndroom”
  • Narcolepsie type 2 is een side-effect van MSLT. Gebaseerd op REM slaap in die test. De indeling is dan gebaseerd op de test, niet andersom

Adviezen

  • Nieuwe ICSD uitgaande van klachten van patiënten
  • Introduceer niveaus van zekerheid van de diagnose
  • Ontwikkel grotere verscheidenheid aan criteria
  • Kijk wat je precies met SMLT kan vaststellen
  • Definieer preciezer hoe de behandeling kan worden vormgegeven
foto: f. Ascencion
Porte du Peyrou

M.Lecendruex  onderzoekt de relatie tussen slaperigheid en psychiatrische ziektebeelden.  Een aantal gerelateerde psychiatrische aandoeningen zijn:

  • ADHD , meer symptomen bij narcolepsie
  • Autisme,
  • Eetstoornissen,
  • Angsten; sociale fobie en agorafobie(pleinvrees) komt vaker voor
  • Depressie en andere stemmingsstoornissen
  • Schizofrenie, symptomen die lijken op elkaar, vooral hallucinaties

Belang van goed evenwicht in medicatie! Bij te veel stimulans is de kans op ADHD verschijnselen, bij te veel slaapmedicatie kans op een depressiedepressie. Evenwicht in behandeling is dus belangrijk. Conclusie is dat psychiatrie en slaapstoornissen meer verbonden kunnen worden in diagnose en behandeling.

  1. Lopez evalueert de verschillende typen narcolepsie. Hij stelt de vraag of type 2 narcolepsie wel bestaat. Er zijn niet echt goede criteria, de criteria die er zijn worden soms ook gehaald door mensen die geen klachten aangeven. 6% van de type 2 narcolepsie mensen heeft wel een laag hypocretine gehalte maar geen kataplexie. Veel type 2 patiënten zouden als type 1 worden gediagnostiseerd als de kataplexie zich later ontwikkeld of als er geen hypocretine wordt getest. Soms ontwikkeld kataplexie sowieso pas later. De criteria zijn wel simpel maar de diagnoseboom erg ingewikkeld. De vraag rijst of N2 voortkomt uit andere diagnoses of een milde vorm is van N1.
  2. Roth, Amerikaans arts en onderzoeker en te gast vandaag, houdt een uiteenzetting over REM slaap. Door alle statistiek en technische inhoud was het echter niet voor leken te volgen na de interessante start: “Rem slaap cyclus varieert met de mate van de grootte van het dier, niet van de hersenen!” Er zijn genoeg onderzoeken en data op zijn naam te vinden via google scholar voor als u geïnteresseerd bent.

Als slot van deze dag worden een aantal onderzoeken kort gepresenteerd:

  • Onderzoek naar T-killer cellen
  • Onderzoek naar auto immuun lichaampjes
  • Gevolgen voor hart en vaatstelsel, autonome disfuncties bij narcolepsie type 1
  • Ontwikkeling van een MRI scan waarin eisen worden gesteld aan aandacht. Ontdekt is daarmee dat N1 patiënten aantoonbaar trager zijn en verzwakt in aandacht en aanpassing.
  • Rijvaardigheid van narcolepsie patiënten die in stabiele behandeling zijn. Hiertoe is de afwijkingen van de middenlijn in rijden gemeten. Er werden geen afwijkingen gemeten maar een aantal patiënten voelt zich minder bekwaam in autorijden.

Op zondag worden er nog 2 thema’s belicht, ook vanuit patiënten perspectief.

Montpellier centrum

Thema 4: cognitieve en psychosociale aspecten van narcolepsie

  1. Olsson en Y.Braaksma geven vanuit patiëntenperspectief hier hun visie op. De eerste wijst op de verandering van mentaal welbevinden van jongeren in Zweden die positiever naar de toekomst kijken. De tweede doet een uiteenzetting over onderwijsbehoeften van kinderen en jongeren met narcolepsie in het onderwijs.
  2. Meyer heeft de meest voorkomende psychosociale gevolgen op een rij gezet:
  • Problemen met mobiliteit, angst en depressie,
  • Problemen om een vaste partner te behouden
  • Werkeloosheid
  • Meeste impact hebben symptomen als excessieve slaperigheid, kataplexie en verstoorde nachtslaap
  • Coping is het beste waar de gevolgen groot zijn, dus op school en in auto rijden.
  • Gevolgen voor geheugen
  • Verstoorde executieve functies
  • Verzwakte verbale uitdrukkingsvaardigheid
  • Stigmatisering
  • Binge eating en ander impulsief gedrag

Thema 5: Perspectieven om zorg en kwaliteit van leven te verbeteren

M.O’Niell en M. Rautio geven als patiënt en als ouder van een patiënt hun visie op dit thema. De eerste benadrukt vanuit de kwaliteit van leven het belang van een eenduidige en heldere terminologie in diagnose stelling. De tweede duikt in de kwaliteit van leven zoals patiënten die  benoemen.

  1. Partinen heeft middels een vragenlijst onderzoek gedaan naar kwaliteit van leven bij patiënten zelf en bij naasten. Hieruit blijkt dat wat patiënten als belangrijke aspecten ervaren dit voor naasten vaak ook anders is.

Verder wordt opgemerkt dat in de DSM wel een indeling in ernst van narcolepsie wordt gegeven in 3 niveaus maar dat dit niets zegt over de kwaliteit van leven. De ICF indeling is dan beter bruikbaar.

  1. Khatami heeft een wensenlijst voor goede slaaptest:
  • Meet verschillende dimensies van slaap
  • Verschil in ziekte gevolgen en leefstijl
  • Ernst van de aandoening inschalen
  • Test moet sensitief zijn en specifiek
  • Test moet breed beschikbaar zijn
  • Snel en makkelijk uit te voeren.
foto: F. Ascencion
Montpellier centrum

Thema 6: jonge wetenschappers

Ter afsluiting geven twee jonge wetenschappers de uitkomsten van hun zeer technische onderzoeken weer en krijgt een van hen de “Young scientist award” voor haar werk. Aansluitend daarop presenteert F. Pizza nog een paar belangrijke feiten die uit de 70 studies over narcolepsie uit 2017/2018:

  • Migraine is een risicofactor om narcolepsie te krijgen
  • Bij een operatie is het advies zo kort mogelijk werkende anesthetica te gebruiken.

Verslag: Yvonne Braaksma